Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met werkloozenondersteuning zijn ze vooral begonnen na 't congres van 4—8 Mei 1896, te Berlijn gehouden. Onder veel verzet is daar een motie aangenomen ten gunste der werkloozenondersteuning. Zij leggen zich echter vooral toe op de arbeidsbeurs om 't doellooze reizen en het om-werk-vragen tegen te gaan.

Gegevens over de werkloozenondersteuning in de Gewerkschaften zijn bijeengebracht door Fanny linie: die Arbeitslosenunterstützung in den Deutschen Gewerkschaften, Berlin 1903. Zij zegt o. a.: „De pionniers der vverkloozenonder«steuning zijn de boekdrukkers. Sinds de werkloozenonder„steuning van 1866 heeft zich hunne vereeniging rusiig „ontwikkeld. In 1S79 is deze op de algemeene vergadering „gecentraliseerd, omdat de uitkeeringen middel waren om „ t loon op hoogte te houden. Langzamerhand zijn de „uitkeeringen verhoogd en de wachttijden1) verkort. Hoewel „er een streven is om alles te centraliseeren, geven de „afdeelingen zelve nog uitkeeringen loopende tusschen „l.oO Mk. en t Mk. wekelijks. Einde 1900 bedroeg 't ver„ mogen 3,092,155.02 Mk. d. i. ongeveeer 103 Mk. per „hoofd, behalve nog de sinds 1891 afgescheiden invalidenkas „en het dikwijls groote vermogen in de afdeelingen. Het „aantal leden bedraagt 27,895 d. i. 74 % a 75 % van „'t geheele aantal".

Volgens dr. jur. R. Freund2) betaalde in 1901 het Verband van de boekdrukkers 513,943 Mk. aan werkloozenondersteuning en aan reisondersteuning 245,929 Mk.

De uitkeeringen worden gegeven naar een tarief, op-

1) Tijd, gedurende welken tnen geen uitkeering krijgt. Zie hierover hoofdstuk 4.

-) Materialieu zur Fruge der Arbeitslosenversicherung, pag. 'j.

Sluiten