Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemaakt in verband met den duur van het lidmaatschap. Dit geeft ook stabiliteit in 't aantal leden. Bij de reis ondersteuning is de uitkeering als volgt: na 13 weken lidmaatschap 75 pfg. daags, na 50 weken 1 Mk. daags, na 150 weken 1.25 Mk. daags, alles gedurende 40 weken van 7 dagen. Bij de plaatselijke ondersteuning krijgt noen na 100 weken contributie te hebben betaald als lid, 1. Mk. daags, na 150 weken lidmaatschap, 1.25 Mk., tot een maximum duur van 20 weken. Na dien tijd kan men nog 20 weken reisondersteuning krijgen.

Ook de allergrootste Gewerkschaft is met de werkloozenondersteuning begonnen, nl. die der metaalbewerkers; deze vakvereeniging, die 128,892 leden telt, betaalde aan uitkeeringen over 1902, 366,034 Mk. 1).

De uitkeeringen zijn in de laatste jaren sterk stijgende, want de leiders van vele vakvereenigingen begrijpen, dat de kracht van de organisaties, de innerlijke samenhang, er door wordt verhoogd2). In 1903 werd aan werkloozenondersteuning door 28 vereenigingen 1,270,097 Mk. uitgegeven.

De Christelijke vakvereenigingen hebben zich in den laatsten tijd mede met de werkloozenondersteuning bezig gehouden, voor 't eerst op 't congres te Frankfurt a/M. in 1894. De bond van christelijke sociale metaalbewerkers heeft in September 1902 besloten werkloozenondersteuning te geven en heeft daarom de contributie verhoogd van 20 op 30 pfg. 3).

1) Sociale Praxis 1902—1903, No. 3(5.

12) Sociale Praxis 1903—1904, No. 43.

3) Zie voor Nederland, Onderzoek naar de geschiedenis en werkzaamheid der vakvereenigingen in Nederland; voor Frankrijk, Office du Travail, Doeuwents sur la question du cliómage.

Sluiten