Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan schadeloosstellingen werd 23504,15 /rs. uitbetaald; dc gemiddelde uitkeering was 54,66 frs. Men was niet streng om uit te keeren ingeval de werkloozen achterstallig waren in hun premies. Er werd geen onderzoek naar schuld gedaan en men controleerde slecht, daar het dagelijksch appel der werkloozen niet voldoende was. De arbeidsbeurs werkte niet best en de arbeiders deden zelf niet veel moeite om werk te krijgen en dit te behouden. De ernst was over 't geheel bij de arbeiders niet groot en bizonder klein bij de losse-, niet vakarbeiders. Moeielijke vragen deden zich voor n.1. of arbeiders, die tengevolge van loonreductie, korting van loon hadden, schadevergoeding konden vorderen ; of de verzekerde, die over dag werkeloos, des nachts arbeid had, werkloos was; of uitgeslotenen door uitsluiting der patroons recht hadden op schadeloosstelling.

De inkomsten bedroegen 21674.30 frs., de uitgaven 23504.15 frs. De stad gaf echter 4000 frs. ondersteuning, zij droeg volgens de wet de administratiekosten, bedragende 5618.85 frs., het overschot was derhalve 2283.45 frs.

Volgens § 1 der statuten kwam er in den herfst van 1896 in de Bürgerversamnilung de vraag ter sprake of men met de verzekering zou doorgaan. Hoewel de gemeenteraad voorstelde één jaar met deze vraag te wachten, werd er toch met groote meerderheid besloten de kas met ingang van 30 Juni 1897 op te heffen.

De beste arbeiders en daaronder vooral de vakmannen waren voor opheffing, omdat zij voor de minder goeden betaalden. Deze stemming blijkt ook uit 't wegtrekken der arbeiders uit St. Gallen naar de voorsteden.

We laten volgen 't verslag over het tweede jaar der kas, 1896—1897. Er zijn wederom klachten evenals het eerste jaar, over het streven der werkloozen, om zooveel mogelijk

Sluiten