Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet op volkomenheid kan roemen. Bovendien konden, zooals wij reeds gezegd hebben, alleen de werkloozen die vóór 1892 in de gemeente woonachtig waren er aan meedoen, terwijl eenige vakken buiten onderzoek bleven. En het staat ook vast, dat lang niet alle werkloozen zich hebben aangemeld.

De gegevens zijn verdeeld over een veertigtal vakken, waarvan 1444 geen vakarbeiders en 2021 vakarbeiders. Van 3017 arbeiders is nagegaan, hoe lang ze werkloos zijn geweest:

508 waren langer werkloos dan een jaar.

646 of 21.41 % waren korter werkloos dan een maand.

618 „ 20.48 % „ * twee maanden.

494 „ 16.37 % „ „ „ „ drie

342 „ 11.34 % „ vier

212 „ 7.03 % „ „ vijf

197 „ 6.53 °/Q n n » » »

Gedurende 1898 is in eenige vakken, onder 969 timmerlieden, 7500 diamantwerkers, 1775 typografen en 150 scheepsmakers het aantal werkloozen opgenomen. *) Bij de timmerlieden was 't aantal werkloozen 't hoogst van Januari (te beginnen met 13.4 %), tot in Februari (17.7 %), waarna het getal successievelijk afdaalt tot 8.9 % in April; dan mindert het snel, om in November 1.97 % te worden. Van de diamantwerkers was het getal werkloozen van April tot Juni hoog (18.87 % tot 12.4 %), 't laagst in November 1.3 %. Hieruit ziet men, dat hier de winter van geen invloed is. Typografen hebben als hoogste percentage werkloozen 1.9 %, n.1. in September. Op verschillende tijdperken is het heel laag, b.v. 0.3 %. De scheepmakers

1) Zie 't Bureau van Statistiek der gemeente Amsterdam, Statistische Mededeelingen: Werkloosheid in eenige vakvereenigingen te Amsterdam, gedurende 1S93 (1899).

Sluiten