Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mee, mei 11/„ niillioen leden. De 7000 bedrijfsziekenkassen hebben een uitstekend materiaal voor de statistiek. Maaibij de ondernemers is nog te veel tegenstand te overwinnen. Zij vreezen dat hun concurrenten, wanneer zij inzage krijgen in deze gegevens, een blik in hun zaken zullen slaan. Dit is waar, maar hier staat tegenover, dat zij ook zelf een juist overzicht over den geheelen stand van zaken zouden krijgen.

De ziekenkassen-statistiek geeft een juist inzicht over de beroepen*), want 62 % der kassen, bevattende 83 % der verzekerden, zijn beroepsgewijze gegroepeerd, terwijl 38 % kassen met 17 % der verzekerden gemeenteziekenkassen zijn. Daar nu alleen zij die werk hebben lid van de ziekenkassen kunnen zijn, kan men zich uit de fluctuaties van het aantal leden eenigszins een beeld vormen van de fluctuaties der werkloosheid. Men moet echter voorzichtig zijn met het trekken van die conclusie uit de wisselingen van het aantal leden der ziekenkassen. Want die wisselingen komen uit meerdere oorzaken voort, n.1. door den dood, uit dienstplichtigheid, vertrek, het ter hand nemen van een eigen bedrijf.

Van de vakvereenigingen in Duitschland hebben de Gewerkvereiue het meest aan de werkloozenstatistiek gedaan. Zij hebben reeds drie keer een telling hunner werkloozen gehouden n.1. op 15 November 1901, op 15 Februari 1902 en op 15 Mei 1902. De Gewerkvereine tellen samen ruim 100,000 leden. Bij de werkloozentelling van 15 November 1901 antwoordden 64,722 leden op de hun gestelde vragen. Hiervan waren er 1108 of 1.7 % werkloos, terwijl de werkloosheid gemiddeld 6 weken duurde. De werkloosheid bleek voor de

1) Zie Scbanz, zur Frage der Arbeitslosenversicherung.

Sluiten