Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lieeft in haar vergadering van 22 Juni 1903 de vraag besproken of het niet mogelijk zijn zou, naast aparte tellingen der werkloozen op bepaalde plaatsen en in bepaalde beroepen, de reeds bestaande inrichtingen, als arbeidsbeurzen, ziekekassen, enz. te gebruiken, ten einde regelmatig de werkloosheid na te gaan.

In Zwitserland, waar zooveel pogingen zijn gedaan om de gevolgen der werkloosheid te verzachten, beschikt men van zelf over heel wat materiaal voor statistiek.

De twee jaren, die de werkloozenverzekering te St. Gallen heeft gewerkt, en de vrijwillige kassen te Bern en Bazel verschaffen juiste gegevens. Bovendien heeft men zich in meerdere Zwitsersche steden met werkloozentellingen bezig gehouden; bekend is vooral de telling te Zürich, in den winter van 1892 op 1893 gehouden. In deze stad geeft het Zwitsersche arbeidssecretariaat regelmatig sinds 1892 de opgaven uit van het Statistische Amt en de werkloozencommissie.

In Denemarken en Noorwegen, en verschillende Staten van Noord-Amerika is men er op uit om meerdere gegevens over de werkloozen te krijgen, vooral door officieele bemoeiingen. In den staat Massachusetts heeft het bureau van arbeid zich veel moeite gegeven. Elke maand worden de hoofden in de verschillende industrieën geteld, zoodat men kan berekenen het aantal personen, en de veranderingen van dit aantal in elke industrie. In 1892 heeft het ministerie van arbeid een onderzoek ingesteld in de groote steden. Het bleek toen dat 11.8 % der arbeiders werkloos waren gedurende gemiddeld 3.1 maand.*)

Veel statistiek is — zooals we reeds gezien hebben —

1) Zie „Documents" van het Office du Travail 1896.

Sluiten