Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet men aan zekere eischen, door de vakgenooten gesteld, voldoen. Men moet o.a. in het vak werkzaam zijn, al worden er geen groote eischen van bekwaamheid gesteld. Verder zal een vakvereeniging toezien op het gedrag van hem, die zich als lid aanmeldt, al behoeft ook dit onderzoek niet gestreng te zijn, daar de nieuwe leden meestal worden aangebracht door hen, die reeds lid zijn. Wordt men in een vakvereeniging toegelaten, dan is dat toch in ieder geval een bewijs, dat men ter naam en faam niet ongunstig bekend staat. Wanneer de vakvereeniging de werkloozenverzekering invoert, kan zij er op aan, dat ze over goede risico's beschikt. Hiertoe werkt ook mee de kritiek, die de vakgenooten op elkander uitoefenen, waardoor het schuldvraagstuk bij deze verzekering weinig moeilijkbeden zal geven (c.f. boven, bldz. 117).

Ook de moeilijkheden om de premie te bepalen zullen bij de vakvereeniging niet voorkomen, daar allen hetzelfde vak uitoefenen, en daardoor het groote verschil in risico niet bestaat. En, daar het gehalte der leden goed is, zal ook het verschil in risico, dat ontstaat uit de kwaliteit deipersonen, niet groot zijn.

Er zijn ook andere redenen, die het wensclielijk maken om den vakvereenigingen bun werkloozenkassen te laten behouden; redenen, die liggen in het karakter der vakvereeniging zelf. We hebben immers reeds gezegd, dat de vakvereenigingen werkloozenverzekering hebben ingevoerd met een bijbedoeling, n.1. om het ledenaantal op peil te houden, of, sterker nog, om de arbeiders aan te lokken lid te worden. Sommige schrijvers leggen hier zeer de nadruk op, en beweren zelfs, dat de werkloozenverzekering middel is, de loonstrijd doel. Zoo zegt dr. Loew, dat de uitkeeringen bij werkloosheid alleen ten doel hebben het loon op zekere

Sluiten