Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eclampsie.

In de kliniek kwamen gedurende den cursus 1897 -98 één, gedurende den cursus 1898 -99 2 gevallen van eclampsie voor.

1897-98.

K. 64 III para. Eclampsia in puerperio. De urine, een half uur voor den partus per katheter ontlast, bevatte veel eiwit. De partus ging spontaan en normaal, drie uren na den partus werd de assistent gehaald, omdat de patiënt een toeval kreeg; bij zijn komst was de krampaanval afgeloopen en lag de patiënt met naar boven en binnen gerichte bulbi bewusteloos in bed, schuim op den mond en de ademhaling rochelend ; pols klein en frequent en vrij week. Pupillen zeer wijd, op licht reageerend. In de stopdoek matig veel bloed, eenige stolsels voor de vulva. Uterus groot, maar hard, bij wrijven en drukken op den fundus liep geen bloed al. Inspuiting van 15 m.G. morphine. Patiënte kwam een weinig tot bewustzijn, gaf op toespreken onmiddellijk antwoord, bewoog zich voortdurend en greep naar het genitaalapparaat. Pols werd hard en vol; frequentie 92.

Eén uur later weer een aanval met dezelfde symptomen. Injectie 10 m.G. morphine. Per katheter werd 750 c.M3. donkergekleurde urine ontlast; S. G. 1013 ; bevatte veel eiwit; reactie zwak alkalisch.

40 minuten later, 3e aanval, io m.G. morphine.

1 uur 20 minuten daarop. Patiënte heeft geen aanval meer gehad, maar klaagt over heftige hoofdpijn en misselijkheid, zij ligt steeds te woelen.

Sluiten