Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geeft nu en dan wel te kennen, dat ze wil drinken. Respiratie en pols zeer frequent. Sterke zweetsecretie. Tremor in het rechter been.

12 uur 's nachts. Patiënte slaapt rustig.

2 ƒ Aug. 10 uur voormiddags. Patiënte kijkt helder uit de oogen, schijnt belang te stellen in de omgeving, doch antwoordt niet op vragen. Convulsies in armen en beenen. Respiratie 52, pols 160, temperatuur 41° 2. Nergens rhonchi te hooren.

11 uur jo. Patiënte kan geen melk doorslikken. Geheel buiten bewustzijn. Temp. 41.7.

12 uur. Patiënte is moribund. Geen pols. Kamferaether-injectie.

12s'4. Patiënte is overleden.

K. 104 A. 1. v. I para. Partus forcipaal. 18 juni 's morgens half zeven wordt de candidaat geroepen, omdat de vrouw een krampaanval gehad heeft.

In drie uren tijd had patiënte 3 krampaanvallen gehad. Oedemen in het gezicht, armen, beenenen buikwand. Enkele zwakke weeën. Pols goed; den geheelen nacht had patiënte niet kunnen urineeren, 's mor-gens 10 uur loosde ze 200 a 300 c.M.:! urine, die eiwit bevatte.

's Morgens half elf geeft de dokter 20 m.G. morphine; opname in de kliniek wordt sterk aangeraden doch geweigerd.

Half twee uur 's middags. Sedert "s morgens één aanval, 10 m.G. morphine.

3 uur. Weer een aanval, de eerste, die werd waargenomen door een medicus. Tonische en klo-

nische krampen.

j- uur 's middags. 10 m. G. morphine, vervoer

naar het ziekenhuis.

Sluiten