Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het verloop van deze graviditeit waren vóór de 6e maand vrij sterke vloeiingen opgetreden, welke door rustliouden tot stilstand waren gekomen. Na dien tijd had de bloeding zich enkele malen herhaald, nu eens eenige stukken, dan weer eenige druppels bloederig vocht. Meestal zou de bloeding zijn opgetreden 's avonds bij het te bed liggen; medische raad werd niet gevraagd.

21 April 's morgens half zes kwam patiënte in partu. Reeds bij de eerste weeën ontstond een profuse bloeding, die hand over hand toenam, zoodat de vroedvrouw besloot hulp in te roepen.

Statuspraesens. Patiënte zeer anaemisch. Zwakke niet frequente weeën. Stand van den fundus tot den ribbenboog. Kleine deelen rechts in utero te voelen. Groot deel links. Harttonen van den foetus regelmatig 120.

Inwendig onderzoek. De geheele vagina is gevuld met bloedcoagula. Ontsluiting ruim 2 c.M. Door het cervicaalkanaal geen kindsdeelen te bereiken. Aan alle zijden stuit men op een zacht weeke, fluweelachtige massa. Geen vliezen te palpeeren. Diagnose. Placenta praevia centralis. Besloten de hulp van Prof. Veit in te roepen.

Na de komst van Z. H. G. te half elf. Narcose, dwarsbed. Desinfectie der genitalia ext. Door den inmiddels gewaarschuwden semi-arts werden 4 vingers in de vagina gebracht (bij hoeveel ontsluiting staat niet opgegeven), de 2 voorste vingers door het ostium gevoerd en hiermede achtereenvolgens placenta, chorion en amnion doorboord en door tegendrukken op den fundus een voet gepakt. Deze wordt tot vóór de genit. ext. gebracht.

De vrouw wordt weer te bed gelegd en de

Sluiten