Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Herziening van de wet tot regeling van het Armbestuur zal buiten twijfel niet lang meer uitblijven.

Met een lijvig rapport heeft in 1895 eeue Commissie, daartoe uitgenoodigd door de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, haar voorbereid.

Aan den vooravond van de verkiezingen van 1901 is een herzieningsontwerp bij de Tweede Kamer ingediend.

Door het zittende ministerie is dit ontwerp ingetrokken. Maar wel plaatste het de herziening der Armenwet op zijn werkplan en hoewel de indiening van een nieuw ontwerp zich tot dusver liet wachten, verklaarde de minister Kuypek nog in zijn memorie van antwoord op het voorloopig verslag over Hoofdstuk V der staatsbegrooting voor 1905, dat „de Armenwet reeds in vergevorderden staat van voorbereiding" verkeerde.

Onder deze omstandigheden trok mij de behandeling der wet tot regeling van het armbestuur aan en besloot ik haar tot het onderwerp van mijn proefschrift te maken.

Mijne beschouwingen richtte ik vooral op de komende herziening, onder critiek van het bestaande. Slechts hier en daar is aan de uitlegging der geldende wet aandacht geschonken.

Bij de indeeling mijner stof heb ik tot uitgangspunt

Sluiten