Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toelichting tot het ontwerp-GoEMAN Bohgesius, wat de laatste jaren betreft, aangevuld uit de Armen verslagen: (A zijn de gemeentebesturen rechtstreeks, de burgerlijke en de gemengde armbesturen, B de kerkelijke en C de bizondere instellingen). ■)

ABC ABC

1871 43.8 45.7 10.5 1887 41.7 46.2 12.1

1872 42.9 45.4 10.7 1888 41.6 46 12.3

1873 43.2 45.7 11.1 1889 42.5 45 12.5

1874 42.7 46 11.3 1890 42.8 44.7 12.5

1875 43.2 45.7 11.1 1891 42.9 44 13.1

1876 42.3 46.5 11.2 1892 43.1 44.1 12.9

1877 42.2 46.7 11.2 1893 43.8 43 13.2

1878 42 46.6 11.3 1894 44.3 42.7 12

1879 41.2 47.4 11.5 1895 43.4 44 12.6

1880 41.1 47.6 11.3 1896 41.8 43.4 14.8

1881 41.4 47.3 11.3 1897 44.1 41.8 14.1

1882 41.1 47.3 11.6 1898 44.1 41.7 14.2

1883 41.9 46.3 11.8 1899 44.9 41.6 13.5

1884 41.9 46.1 12 1900 44.7 41.9 13.4

1885 41.6 46.7 11.7 1901 45.2 41.2 13.6

1886 41.5 46.8 11.7

Aan het einde van de 30-jarige periode, waarover deze tabel loopt, was hot aandeel van de burgerlijke besturen nog iets hooger dan het in don aanvang was. Wel breidden de particuliere instellingen huren werkkring steeds uit, doch hiertegenover staat een iets grootere daling van liet aandeel der kerkelijke. Is men dus in de laatste 30 jaren

') Hot, vorsla;; over 1902 is wel verschenen (Handd. 2° Kamer 190S — 1904, Bijl. 202) maar bevat, geen statistiek. Het bewerken der statistiek van liet armenwezen is toch, aanvangende met. 1902, opgedragen aan liet Centraal Bureau voor de Statistiek. (Zie Verslag 1902, blz. 2).

Sluiten