Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„bonjuge" president Magnaud ') dan nog zou de staat moeten zorgen, dat niemand liet zoover behoeft te laten komen.

De taak der particuliere en kerkelijke armenzorg is dus primair, die van den staat slechts aanvullend.

Van hoe groote beteekenis deze aanvulling echter is, blijkt aanstonds, zoo men bedenkt, dat de particuliere en de kerkelijke instellingen slechts hen ondersteunen die hulp verdienen, terwijl de staat daar niet naar vraagt.

Voor de diakonie moge een enkele maal het motief van bedeeling alleen dit zijn, dat de arme lidmaat is, ook al verdient hij overigens allerminst hulp — in het algemeen zal toch zoo bij Kerk als particulier sympathie de voornaamste reden tot onderstand zijn, medelijden met den ongelukkige die onverdiende ellende heeft te dragen. De staat daarentegen bedeelt den arme, omdat hij arm is. De nienschelijkheid gedoogt niet iemand van gebrek te laten omkomen; reeds daarom is een onderscheid tusschen verdiende en onverdiende armoede voor den staat ongeoorloofd : is de nood daar, dan moet hij helpen.

Hiermede is natuurlijk niet gezegd dat in de wijze van ondersteuning ook de overheid geen verschil moet maken tusschen armen en armen. Dat de armenzorg, dus ook de burgerlijke armenzorg, individualiseerend te werk moet gaan, elk geval op zichzelf beoordeelend en handelend naar de individueele behoeften, wordt reeds tientallen van jaren erkend. Ieder armverzorger zal zich telkens afvragen in welken vorm dit speciale gezin het best geholpen wordt lioe de kortste weg tot zelfstandigheid leidt. Doch tusschen

') jitgomonts du Président, Magnaud, réunis et commentés par Hbnry Leyeet '2nio éd. 1900. Zie ti.v. 11". III va» deze serie en n°. I van de „Nouveaux Jugements du Président Magnaud", in 1904 eveneens door Leï iiï.t uitgegeven.

Sluiten