Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wet. Aan alle instellingen die erop voorkomen zal liet gemeentebestuur de opgaven vragen, die zij ten behoeve van liet Armenverslag aan de Regeering verstrekken moeten. Beter ook dan uit de verschillende reglementen kan uit zulk een lijst de omvang der particuliere liefdadigheid en daarmede de behoefte aan staatszorg blijken.

De groote vraag is maar, welke kracht aan deze lijst is toe te kennen. Is zij niets meer dan een leiddraad, een gemakkelijk overzicht ten bate van hen, die met de uitvoering der wet belast zijn? Of is de plaatsing op de lijst een bindende beslissing, zoodat een instelling, die daarop voorkomt, wettelijk een instelling van weldadigheid is en wel zulk eene als de rangschikking op de lijst aangeeft < Onder de geldende wet is herhaaldelijk in laatstgemelden zin beslist. Het loont de moeite, enkele dezer uitspraken na te gaan, daar zij eenig licht werpen op de met de thans behandelde nauw samenhangende vraag, aan wien de beslissing van geschillen over den aard van eenige instelling behoort te worden opgedragen.

Tn de strafzaak, waartoe het arrest van den Hoogen Raad van ."> Mei 1884 (W. v. h. 11. r>0.">0, W. r. d. li. .1. 18-16) betrekking heeft, waren twee bankiers krachtens art. 16'.) ' • P- ') veroordeeld, wijl zij gelden van de door hen beheerde Roomsch-Catholiek Burgerlijke Godshuizen te Venlo hadden verduisterd. De vraag nu, die aan den cassatierechter werd voorgelegd, was deze, of de veroor-

') Dit artikel luidde: „Tout pcrcepteur, tout comniis a une pcrccptiou, dépositaire ou eomptable public, qui aura détourué ou soustrait des dcuiors publiés ou privés, ou effets aetifs eu teuaut lieu, ou des pièces, titres, autes, effets mobiliers qui étaieut eutre ses maius en vertu dc ses tonetions, sera puui des travaux forcés a temps, si les choses détournées ou soustraites sont d'une valeur au-dessus de trois mille fraucs".

Sluiten