Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slissing van Burgemeester en Wethouders wordt toegekend is omgekeerd evenredig aan de zorg, waarmede de wetgever voor de juistheid dier beslissing heeft gewaakt. Op grond van de vaak onvoldoende gegevens hun verstrekt, in liet gunstigste ge\al aangevuld door hetgeen zij uit plaatselijke bekendheid weten, rangschikken B. en W. de instellingen op eene lijst. De bestuurders der betrokken instelling, het gewicht der beslissing niet inziende of haar ten onrechte juist achtend, leggen er zich bij neer... en ziedaar deze uitspraak ingeroepen in een strafgeding, ja de autonome gemeenteraad op grond dier uitspraak aan 't werk gezet!

De kwestie raakt nauw deze andere: door wien moeten geschillen over de vraag of een instelling al dan niet is een instelling van weldadigheid en tot welke categorie zij behoort, worden beslecht?

Het antwoord heden ten dage daarop te geven ligt voor de hand: door den adminixtratieven rechter. De Staatscommissie voor de administratieve rechtspraak nam dan ook deze twistgedingen in art. 43 van haar ontwerp-Competentiewet op. ') Evenzoo Mrs. Röell en öppenheim in art. 51 van hun voorstel »), terwijl de minister Goeman Bohgesius wel is waar deze geschillen in art. 90 van zijn ontwerp-Armenwet aan de Kroon ter beslissing opdroeg, maar in zijn toelichting schreef, dat het hier zuiver administratiefrechtelijke zaken fieldt, die zoolang er geen administra-

i) Zie blz. 42 van de ofticieele uitgave van liet Verslag der Staatscommissie, benoemd bij K. B. van 16 Sept. 1891 n°. 14 tot voorbereiding der uitvoering van de voorschriften der Grondwet, aangaande de regeling van de Administratieve Rechtspraak.

-) Mijdrage tot regeling der Administratieve Rechtspraak door Jlir. Mr. .1. Röell en Mr. .T. Oïpenheim, 2p stuk, blz. G9.

Sluiten