Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Komt de vraag of eenige instelling er eene van weldadigheid is, of wel tot welke categorie zij behoort, praejudicieel ter sprake, dan worde zij óf' ter beslissing aan den administratieven rechter gegeven, óf de macht, voor wie de zaak aanhangig is, beslisse zelve: de Kroon of het eene burgerlijke instelling is, voor welke krachtens art. (59 ('gesteld dat dit blijft gehandhaafd) regeling gevraagd wordt, de gemeenteraad of hij volgens art. 4 tot reglementeering behoort over te gaan.

Maar het tusschenstelsel, in de boven aangehaalde beslissingen aangenomen, waarbij wel de eigen onbevoegdheid wordt vooropgesteld, doch de zaak niet naar den competenten rechter verwezen en de uitspraak van B. en W. als vonnis in eerste instantie, slechts dooi- den rechter te vernietigen, aanvaard wordt, moet zoo beslist en ondubbelzinnig mogelijk buitengesloten worden. De rangschikking dooi' B. en W. blijve, wat zij thans reeds is, een leiddraad voor de toepassing der wet '). Een

') Ook volgens dp Gemeentestem, n°. 1076, is zij thans reeds niets anders: „een administratieve maatregel van orde, een leiddraad voor de uitvoering en toepassing der wet, maar (die) hoegenaamd niets beslissends of bindends hebben kan, noch ook uitgaat van het denkbeeld, dat de rangschikking, die op dc lijst eenmaal door B. en W. is geschied, onfeilbaar en onherroepelijk geacht en door den regter als juist erkend zou moeten worden."

Een uitvoerige critiek op de boven (blz. 60—63) vermelde drie beslissingen zou mij te ver voeren, nu het jus constitueudum het hoofdvoorwerp vau mijn beschouwingen is. Slechts dit : de vraag daar ter sprake was een ffe.schi/, of zij was er geen. \\ as zij een ffe*c/il, dan behoorde de zaak volgens art. 72 naar den bevoegden rechter te zijn verwezen. Wat 1111 geschiedde was niet: zelf onbevoegdelijk uitspraak doen in een geschil, doch het geschil doen beslissen door de uitspraak vau een andere, evenzeer onbevoegde autoriteit (B. en W.), een uitspraak daarenboven, die wellicht jaren geleden gegeven was.

Of wel: liet was geen geschil, doch b.v. een bloot meeningsverschil, of een vraag aangaande dc aanwezigheid van een element van het straf-

Sluiten