Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leiddraad intusschen, die, hij moge dan al geen bindende kracht hebben, toch voor de toepassing der wet van groot belang is. Ik acht het daarom zeer wensehelijk dat, zooals het ontwerp-GoEMAN Boroesius wil (art. 13), ook Gedeputeerde Staten de inschrijving van eene instelling op de lijst kunnen gelasten, terwijl schrapping niet dan met goedkeuring van dat college geschieden kan. Dat geen instelling ten onrechte op do lijst gebracht zal worden, daarvoor is de vrijheidszin der bestuurders een voldoende waarborg. Het ingeschreven zijn brengt slechts lasten, geen lusten met zich Maar het ««^-brengen van eenige instelling op de lijst, ot wel de schrapping van eene die daarop voorkwam, maakt, wanneer het ten onrechte geschiedt, niet slechts de statistiek onzuiver, doch onttrekt de instelling ook geheel aan het toezicht dat daarop moet worden uitgeoefend, terwijl er niemand is aangewezen om als klager bij den administatieven rechter het her-

bare feit, (zooals liij den Hoogen Itaad in liet besproken arrest). Doch waarom dan niet zelf uitspraak gedaanr

Het dir/itm van liet Kon. besl. van 7 Maart 1902, Stbl. »». 45 (zie boven, blz. 62) acht ik juisr. liet. gold liier zuiver een geschil en adressanten moesten dus naar den rechter worden verwezen. Doch een eenvoudig beroep o]i art. 72 ware daartoe voldoende geweest. l)e overweging dat de betrokken instelling uog altijd moest worden beschouwd als te behooren ouder letter c, waar B. en . haar hadden geplaatst, was overbodig en, naar het mij voorkomt, onjuist tevens.

') A\ aar in eenige wet aan de instellingen van weldadigheid voorrechten worden toegekend — zie b.v. art,. 25e der wet van 20 Mei 1870, SM. n°. 82 op de grondbelasting: art. 8</ der wet van 2 Oct. 18<J3, SM. n°. 14!) op de bedrijfsbelasting: art. 4. $ U der wet van IC April 18%, SM. n°. 72 op de personeele belasting: art. 8 van de wet, van 25 Mei 1880, SM. u". 88 tot instelling eeuer Rijkspostspaarbank, zooais dat art. gewijzigd is bij de wet \an 20 Juli 1895, Stbl. 135 — zal de betrokken administratie wel niet nalaten zich er van te vergewissen, dat de instelling inderdaad onder de bedoelde gunstige bepaling valt. Het bloote feit, dat zij op de lijst der instellingen van weldadigheid voorkomt, zal daartoe niet voldoende zijn.

Sluiten