Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lnndsche Hervormde Kerk, bestaat een uitvoerige regeling van dit onderwerp.

Volgens het Reglement op de Diakonieën ') wordt de kerkelijke verzorging van armen uitgeoefend door diakenen, onder medewerking en goedkeuring can den Kerkenraad, en onder toezicht van het Classicaal Bestuur (art. 3). Diakenen moeten van alle bezittingen der diakonie een behoorlijk register aanleggen en bijhouden, dat door den Kerkeraad wordt gewaarmerkt; afschriften krijgen de Kerkeraad en het Classicaal Bestuur (art. 18). Omtrent het beleggen van gelden bevat het reglement eenige nuttige bepalingen (artt. 21 24j. Aan den Kerkeraad wordt jaarlijks rekening gedaan, welke rekening voor de gemeente ter inzage wordt gelegd. Bezwaren omtrent de gehouden administratie worden door den Kerkeraad behandeld, behoudens beroep op het Classicaal Bestuur (art. 27) *).

Waar de armenverzorging niet aan een afzonderlijk lichaam is opgedragen en bovendien een toezicht van hoogere kerkelijke overheid ontbreekt, is er inderdaad eenig gevaar dat niet steeds de gelden tot hun bestemming komen. Toch zou ik ook hier de kerkelijke autonomie

') Vastgesteld door de Algemeene Synode op 8 Augustus 1856 eu met de daarin gebrachte wijzigingen opgenomen in de verzameling van reglementen voor de Ned. Herv. Kerk, uitgegeven door L. Overman. Herziening van liet reglement op de diakonieën is herhaaldelijk aan de orde geweest. De resultaten van een door de Algemeene Synodale Commissie ingesteld onderzoek naar den toestand der diaconale armenzorg zijn samengevat, in een beknopt rapport. (Handd. der Synode 1896, Bijl. blz. 229). In afwachting vau een herziening der wet wordt ook de hervorming van deze armenzorg uitgesteld. Zie laatstelijk Handd. der Synode 1903, blz. 31.

2) Hoe voor de andere Kerkgenootschappen de bepalingen luiden, heb ik niet. nagegaan. Zie voor de Israëlieten en Katholieken blz. 91 en volgende van het boekje van Mr. C. J. A. Hkydenkijck „De regeling van het armbestuur in Nederland", dat, in 1869 uitgekomen, allicht voor den tegenwoordigen toestand niet- gansch juist meer is.

Sluiten