Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nemen. Menigeen zal zich nog wel eens bedenken, wanneer hij door zijn gift niet de instelling tot meerdere werkzaamheid in staat stelt, doch slechts de vermindering van het subsidie bewerkt. ■)

Vrijheid kan hier dus gevaarlijk zijn.

Moet daarom de weg worden gevolgd, dien het ontwerpThokbecke insloeg, namelijk om aan het verleenen van subsidiën allerlei belemmerende voorwaarden te verbinden, alleen met het doel bestuurders der instellingen van het aanvragen terug te houden? Zoo toch moet men wel de eischen beschouwen, die dat ontwerp in art. 24 stelde, dat genoemde besturen de goedkeuring van Gedeputeerde Staten behoefden tot het verleenen van kwijtschelding of afslag van pachtgelden, huurpenningen en interessen, tot onderhandsche verpachting van onroerende goederen. 4) Men overdrijft zoodoende naar den anderen kant. Al is er alle reden om tegenover de subsidies voorzichtig te zijn, voor vijandigheid daartegen zie ik geen reden. Waarom zou een gemeentebestuur, waar het eenigen tak van armenzorg goed verricht ziet door het particulier initiatief, daaraan, voor zooveel noodig, niet zijn steun verleenen'? Het publieke geld moet goed worden besteed. In beginsel biedt wellicht rechtstreeksche aanwending door de overheid daarvoor de meeste waarborgen aan. Maar blijkt het dat liet ook aan particulieren kan worden toevertrouwd, dan stelle men slechts voorwaarden in het belang der zaak. Aldus doet onze Armenwet in de artt. 59—61, die dan

') I)c opmerking werd destijds in de 2<> Kamer door den heer v. Dkinsk gemaakt. (Handd. 1S53—54, blz. 851).

2) De verdere bepalingen in liet ontwerp aan de gesubsidieerde instellingen gewijd: artt. 22, 54 en 78—86 schenen meer een goede besteding der gemeentegelden te beoogen.

Sluiten