Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook naar mijn oordeel in hoofdzaak behouden kunnen blijven. Slechts behooren zij tot de particuliere en de kerkelijke instellingen beperkt te worden. Wat men subsidies aan burgerlijke armbesturen noemt, verdient dien naam evenmin als men een kapitaalverstrekking aan een gemeentelijke gasfabriek een subsidie kan noemen. Het drietal eischen in art. (50 der wet gesteld luidt:

dat de volstrekte noodzakelijkheid van het subsidie is bewezen door de rekening en verantwoording der inkomsten en uitgaven van het betrokken bestuur over het laatst afgeloopen, en de begrooting voor het loopend of eerstvolgend dienstjaar;

„6. dat ten behoeve van het betrokken bestuur naar het oordeel van den gemeenteraad, op eene billijke wijze is bijgedragen door hen, van wie, overeenkomstig den aard dei' instelling, in den regel bijdragen kunnen worden verwacht;

„c. dat het bestuur der instelling, overeenkomstig haren aard en bestemming, aan zijne verpligtingen naar vermogen voldoet."

Artikel <il eischt bovendien de mededeeling van het raadsbesluit aan Gedeputeerde Staten en draagt dezen op alle maatregelen te nemen, waartoe zij bevoegd zijn, om de vermindering ervan te bevorderen. Dit laatste was noodig, omdat art. t!0 slechts op nieuwe subsidies het oog heeft.

Ik zou aan den eenen kant verscherping, aan den anderen verslapping dezer waarborgen wenschen. De halfslachtige rol aan Gedeputeerde Staten toebedeeld ware beter door den eisch van goedkeuring te vervangen '). Verder behoort de wet ook tot de reeds verleende subsi-

') Aldus liet outwerp-üoeman Borgesius in art. 82.

Sluiten