Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stuurders of commissieleden zelve) de collecte zullen verrichten. ') En evenmin is het mogelijk voor de toe te kennen vergoeding een algemeen maximum te stellen.

Ken meer afdoende controle op collecten, hoe wenschelijk ook ter voorkoming van bedrog, schijnt niet mogelijk. In liet karakter der personen van wie de inzameling uitgaat en die met haar worden belast, is de eenige waarborg gelegen dat niet een deel der vergaarde penningen in particuliere beurzen verdwijnt. Aflegging van rekening en verantwoording, zoowel als openbaarmaking van het resultaat, bieden geen volstrekten waarborg, zoolang althans op de ontvangsten afdoende controle vrijwel onmogelijk is. a)

') Voor collecten door instellingen van weldadigheid te houden, stelt art. 49 van het ontwerp-GoEMAN Borgesius algemeen den eisch, dat zij door ingezetenen zullen geschieden.

Dernburg (Das Biirgerliche Recht des Deutschen Reichs und Preussens, dl. I, 2° druk, blz. 288) merkt op, dat de juridische natuur van de rechtsverhouding, waarin een comité staat tot de bijeengebrachte gelden duister is. Dat de leden eigenaars worden, is zeker niet de bedoeling van de gevers en wordt, wat het Duitsche recht aangaat, uitgesloten door § 1914 van het B. G. B. waar, voor het geval de „zu der Yerwaltuug und Verwenduug berufenen Personen .... weggefallen siud" het beheer over het vermogen, dat door openbare inzamelingen voor een voorbijgaand doel is bijeengebracht, niet aan hun erfgenamen, doch aan een curator wordt opgedragen. Ook audere aangegeven oplossingen behagen Dernburg niet. Hij zelf beschouwt de onderneming als het rechtssubject eu neemt aan, dat de bepalingen voor stichtingen hier naar analogie zijn toe te passen. Alleen behoeven zulke collecten niet, zooals de stichtingen, de goedkeuring vau den Bondsraad.

Een analogie (met nog wel zulk eeu belangrijke uitzondering!) die, waar het op toepassing van het geldende recht aankomt, moeielijk te verdedigen is. De analogie gaat ook overigens niet bijster goed op. Kan men al de dikwijls schamele giften als „das in dem Stiftungsgeschafte zugcsicherte Vermógen" aanduiden (§ 82), in ieder geval wordt § 81, dat voor elk „Stiftungsgeschaft" den schriftelijken vorm eischt, zoovele malen overtreden als er collecten gehouden worden.

Naar mijn bescheiden meeuiug heeft men in de overeenkomst, die tus-

Sluiten