Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buiten is het gevaar grooter, dat men geven zal uit sleur,

of wel naar de misschien onverdiende reputatie, die de instelling geniet.

Dat collecten van de plaatselijke instellingen als regel

toegelaten, die van de elders gevestigde als regel verboden

moeten zijn, kan de wetgever niet duidelijk genoeg neerschrijven. ')

') De vraag om welke redenen ecu gemeentebestuur collecten van elders

?gQRS HiAASt?"'?gen stuiteu ma£' is> 'u liet bizonder tusschen de jaren 18% en 1900, herhaaldelijk ter sprake gekomen.

liet \crst gaat de redactie der Gemeentestem, die in haar n°. 2332,

art.. . i er armenwet slechts op instellingen in de gemeente toepasselijk acht

en larom (o ec ten door andere instellingen als verboden beschouwt. Men zou

echter kunnen vragen of, wanneer art. 13 voor deze collecten niet geldt,

®. °n' f' van 1823 te dezen opzichte wel is afgeschaft. Immers art, 7a der Armenwet schaft alleen af de „wetten, reglementen en verordeningen betrekkelijk de onderwerpen bij deze wet geregeld".

' . RSe(r'iig nam steeds aan, dat art. 13 algemeen is en beoordeelde in ie er geval afzonderlijk of de redenen voor de stuiting aangevoerd voi oen e waren. Men heeft wel eens gemeend een kentering in de jurispru eu ie e unnen ontdekken en de verklaring daarvan in een wisseling van ministerie gezien. Zoo b. v. de redactie van het Wbl. v. d. Burff! . in. in n \ 2j20, 2521, 2524, 2525 en 2526, die strijd ziet tusschen het drü /0U "llmster VAN Houten gecontrasigneerde K. B. van 27 Januari 1897 n . (zie Lutteuberg) en dat van 24 Augustus 1897, SM. n». 196, dat de me eonderteekening van den minister Goeman Borgesius draagt (het afwij en a Vles van den Raad van State en het nader rapport aan de Kroon vindt men in het Wbl. voor Burg. Admin. n°. 2517).

-en principieelen strijd tusschen beide beslissingen heb ik niet gevonden. In het geval waartoe het eerstgenoemd besluit betrekking had, veraar en . en W. van Zwolle, dat zij in beginsel hadden aangenomen, het houden van collecten in hunne gemeente door elders gevestigde inste lmgeu te weren, wijl door de te Zwolle bestaande instellingen van weldadigheid zooveel liefdegaven van de ingezetenen worden gevraagd ten a e van x ioe tigen in eigen kring, dat nu reeds in ruime mate door hen tot ondersteuning van armen wordt bijgedragen. Dit aldus gestelde algeineene beginsel achtte het K. B. in strijd met de wet, die slechts voorafgaande keumsgeving eischt en dus de collecten zooveel mogelijk vrij wil laten .Maar dezelfde minister, die het genoemde K. B. mede onderteekende gat bij missive van 25 Juni 1897 (te vinden bij Lutteuberg) te kennen

Sluiten