Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo gesteld kan de vraag moeielijk anders dan ontkennend beantwoord worden.

Zoowel de vraag of iemand behoeftig is, als deze andere: hoeveel hem behoort te worden toegekend, is voor rechterlijke beslissing, voor toepassing van een rechtsregel op een bizonder geval, onvatbaar. Daarvoor komen te vele omstandigheden bij de beoordeeling in aanmerking.')

Bovendien zou zulk een uitspraak slechts gedurende een zeer korten tijd recht op ondersteuning kunnen geven. Immers daarna kan verbetering in den toestand zijn ingetreden, die verdere bedeeling overbodig maakt.

Een dergelijke opdracht aan den rechter is dan ook, voor zoover mij bekend, slechts een enkel maal bepleit.11

Geen recht op onderstand dus in den eigenlijken zin.

Dan wellicht als een zedelijk recht 't

Neen, zeide de heer Hintzen3), zich grondende op het onweersprekelijk feit, dat „de enge gemeenschap, die door een staatsrechtelijk verband is saamgevoegd, in geenen deele aansprakelijk kan worden gesteld voor de armoede die bij sommige harer leden ontstaat."

Ja, zeide de heer Huoo Mulleh 4), dit stolsel afleidend

') Vgl. L. ton Stein, Haiidbuch der Yerwaltungslehre, 3t" Auflago, III, 1)7: „Das V'orhaiidensoin der Armut.li ist ciue Thatsache, die sich jedem objectiven Boweise ntzieht, uud dio Cousequenz davon ist, dasz eiue nersönliche Klage auf Anerkeuning dor Armutli uud damit, dor Erwerb eiuos persünlichcn Rechtes auf dio Armenbülfc au sich nicht moglich uud gcsetzlich nicht zulassig ist".

2) lu het adres van Vitus Bruinsma e. a., bestuurders van het Friesch Comité van de Volkspartij, gericht aan do 2e Kamer, (d.d. 18 December 1891), aangehaald bij Smissaert, blz. 14a.

3) Praeadviezeu, blz. 43.

4) Praeadviezeu, blz. 100.

Sluiten