Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoofdstuk i.

Het burgerlijk armbestuur.

\ <m oudsher is in ons land de overheids-armenzorg niet door het gemeentestuur direct, maar door een nauw daarmede samenhangende instelling, het burgerlijk armbestuur, uitgeoefend.

Het is één van de in art. 2a der wet genoemde „gemeente-instellingen , naast welke er andere mogelijk zijn, b. \. een gemeentelijk weeshuis, oudeliedenhuis enz. Men zou echter dwalen zoo men hieruit afleidde, dat het begrip „burgerlijk armbestuur , als onderdeel van de grootere groep van art. 2a een algemeen aangenomen beteekenis heeft.

Het burgerlijk armbestuur wordt als alle burgerlijke instellingen van weldadigheid „door de burgerlijke overheid geregeld en van harentwege bestuurd" (art. 2). De raad stelt het reglement er voor vast (art. 4).

Maar overigens heerscht over den aard van het burgerlijk armbestuur niets dan onzekerheid. In beslissingen van het administratief gezag, in verordeningen van gemeenteraden enz. treedt nu eens het zakelijk element op den voorgrond, schijnt het burgerlijk armbestuur een complex van goederen, die niet het eigendom der gemeente zijn doch waarover deze slechts beheerders benoemt —

Sluiten