Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan een voldoende geestelijke, maar vooral moreele, opvoeding opgroeien tot zwakkelingen, die de geringste golfslag op de zee van het leven zinken doet. Krachtige geldelijke steun, tijdig verleend, gepaard aan hulp bij het zoeken naar eene betrekking voor den man, had het gezin kunnen redden ten eigen bate en zeker ook ten bate van de maatschappij.

Maar ligt liet, aldus vraagt Stuart Mill '), wel op den weg van don staat, om tusschen verdiende en onverdiende armoede te onderscheiden? „Private charity can give more to the more deserving. The state must act by general

rules Guardians and overseers 2) are not fit to be

trusted to give or withhold other people's money according to their verdict on the morality of the person soliciting it. En de conclusie: „admininistrators of a public fund ought not to be required to do more for anybody than that minimum which is due even to the worst."

Ik merk in de eerste plaats op dat, wat waar is voor ,,guardians and overseers", personen die naar vaste regelen een groot aantal gezinnen bedeelen, niet behoeft te gelden voor de armbezoekers naar het Elberfelder systeem. Mill acht de particuliere armverzorgers a-el tot het geven van zulk een „verdict on morality" in staat. Welnu,'evengoed of beter nog dan deze zal de distriktsvergadering, door den armbezoeker voorgelicht, over de moraliteit der aanvragers kunnen beslissen.

Maar bovendien geeft Mill's voorstelling licht aanleiding tot het denkbeeld, als zou, naar de meening die hij bestrijdt, liet verleden van den aanvrager hem recht op een hoogere

') PriucipJcs of political econoiny, II, 578 (5tli erfitiou, Lomlon 1802). -) Armbestuurders en armbezoekers.

Sluiten