Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doch slechts verplaatsen, daar het kapitaal dat noodig is om ze werkende te houden, noodzakelijk aan de vrije nijverheid onttrokken wordt. Concurrentie met de vrije nijverheid is nimmer te vermijden. Zoo is het gevaar groot, dat ten slotte deze inrichtingen meer kwaad dan goed doen, terwijl bovendien deze wijze van armenzorg eerder duur dan goedkoop is, in vergelijking tot de gewone bedeeling.

Maar dit alles neemt niet weg, dat ook volgens Mr. Mees werkinrichtingen voor armen in welker onderhoud men toch reed.s ten volle voorziet nuttig kunnen zijn. „Men zal die bezwaren moeten wegen tegen de voordeelen, welke daaruit voor de armen zeiven en ten slotte ook voor de geheele maatschappij voortvloeijen, en men zal in de meeste gevallen deze laatste overwegend vinden." ')

Het groote voordeel is wel dit, dat men de ondersteunden blijft gewennen aan geregelden arbeid. Bovendien zal de wetenschap dat zij geen onderstand dan tegen arbeid kunnen erlangen, velen van het vragen terughouden.

Op de gecursiveerde woorden van Mr. Mees valle intusschen de volle nadruk. Uit de door hem gestelde voorwaarde valt af te leiden:

1". dat het altijd een vorm van armenzorg moet blijven. Al moge, ten einde eenigen prikkel tot hard werken te geven, de onderstand min of meer evenredig gemaakt worden aan den verrichten arbeid, een zuiver loon naar werken mag het niet zijn, zal niet een verderfelijke concurrentie met de vrije nijverheid (toch nooit geheel te vermijden) en een steunen op de overheid, als werkgeefster 111 laatste instantie, het gevolg zijn. De arbeid is

') Mees, blz. 14U.

Sluiten