Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook niet eens, maar i.s hun verschijning voldoende 0111 de bewoners tot het afstaan van een aalmoes, waarlijk geen liefdegave, te bewegen.

Zoo men dan ook het landloopen strafbaar stelt, is het, omdat de bedelarij niet te bewijzen is, evenmin vaak als brandstichting of diefstal, door landloopers gepleegd. Het feit, dat zij „rondzwerven zonder middel van bestaan" doet veronderstellen dat zij van bedelarij leven; doet ook, volgens velen, een „dolus eventualis", de gezindheid om waar het pas geeft een misdrijf te plegen, verwachten.

Maar dit alles neemt niet weg, dat hun optreden heel vaak niet strafwaardig is, althans dat de strafwaardigheid niet bewezen kan worden. Moeten zij daarom vrijelijk blijven rondloopen? Evenmin. Ook bij de landlooperij zal de armverzorger met den strafrechter moeten samenwerken, al zal men goed doen geen overdreven illusies omtrent de resultaten te voeden. „Hervorming van het armwezen," — aldus besloot het in 188;") te Rome gehouden internationaal penitentiair congres, dat de middelen tot voorkoming en bestrijding van de landlooperij besprak — „moet voorafgaan, om hem, die niet werken wil, te onderscheiden van hem, die niet werken kan." ')

Behalve tegen de strafbaarstelling zelve, richten de bezwaren, die bij velen tegen de tegenwoordige regeling bestaan, zich tegen de werking ra» de bedreigde straffen.

Aan de plaatsing in de Rijkswerkinrichting gaat steeds een hechtenisstraf van ten hoogste 12 dagen, n.1. voor de gewone bedelarij en landlooperij, vooraf. (Art. 4:»2 Swb.).

') Zie liet- artikel van Jlr. C. M. J. A\ ii.i.eumier over dit Congres in de Theiuis van 1890, blz. 182.

Sluiten