Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De weelde van veel geld op zak te hebben kunnen de zwakke beenen van vele Veenhuizers niet verdragen. Wanneer zij weten, dat zij juist genoeg hebben en dat zij eerst na zekeren termijn weder geld krijgen, is de prikkel tot zuinigheid sterker.

Verder worde aan de Regeering fot' het door den heer van Mesdag aanbevolen college) het recht verleend om, wanneer het gedrag van den verpleegde daartoe aanleiding geeft, hem vóór den afloop van den voor zijn verblijf' in een toevluchtsoord of depót vastgestelden tijd voorwaardelijk in vrijheid te stellen '). Belasten particulieren zich er mede. om een plaats voor hem te zoeken, terwijl li ij nog in het gesticht verblijft, dan kan het voorwaardelijk ontslag des te gereedelijker verleend worden. Bovendien is daarbij aan de verpleegden een belang gegeven om zich goed te gedragen. In België schijnt de „Société beige pour le patronage des mendiants et des vagabonds" veel in deze richting te doen *).

Een zeer geschikte overgang tot de vrije maatschappij schijnt ook een particuliere arbeiders-kolonie, in den geest van „Het Hoogeland" te Beekbergen van de Vereeniging

') Reeds thans wordt, behalve door de in den tekst genoemde bevoegdheid der Regeering om de uitgaanskas in termijnen uit te keeren, een enkele maal in onze wetgeving op het belang der ontslagenen gelet. Zoo in art. 74 van den algemeenen maatregel van bestuur, bedoeld in art. 22 Swb. (K. B. 31 Augustus 18S0, Sthl. n°. 159), waar aan de colleges van regenten over de strafgevangenissen op het hart gedrukt wordt, dat zij bij hun jaarlij ksehe voordracht tot het verleenen van af- en ontslag aan gevangenen „in het bijzonder" er op moeten letten „of liet jaargetijde waarin de tot afslag voorgedragene zijn vrijheid zal herkrijgen, geschikt kan worden geacht, voor het spoedig vinden van ecu middel van bestaan". Ook in art. 76 van dienzelfden algemeenen maatregel, waarbij, in geval van onvoldoende uitgaanskas, het verstrekken van een reisgeld wordt toegelaten.

Zie Bikruns de Haan, t. a. p. blz. 131 v. v.

Sluiten