Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de woonplaats in den zin van art. 74, eerste lid, B. W. (het hoofdverblijf) en wel ten tijde dat de rechterlijke machtiging werd aangevraagd, als maatstaf aan te nemen, (art. 78;. De dwaze gevolgen ten opzichte van curandi, pupillen, enz. zullen zich dan niet meer voordoen. Maar iille onzekerheid is daarmede nog lang niet de wereld uit. Men denke aan de tallooze geschillen gerezen over art. 245, 1° lid der Gemeentewet, waar ook van „hoofdverblijf" gesproken wordt. Bij verhuizing vóór de aanvraag der rechterlijke machtiging zal het van zijn geestestoestand op dat oogenblik afhangen, of de krankzinnige inderdaad een nieuw hoofdverblijf kon vestigen. De moeielijkheid om dit ten aanzien van de woonplaats geruimen tijd later vast te stellen, is onder de tegenwoordige wet mede oorzaak van het groot aantal krankzinnigen, wier ..woonplaats binnen het Rijk niet te vinden is" en die dus op 's Rijks kosten worden verpleegd.

Behalve de gemeente dragen ook Rijk en Provincie een aandeel in de kosten van de verpleging van arme krankzinnigen. Het Rijk verleent bijdragen van f 40.— per hoofd, waarvoor de begrootingswetten den eenigen wettelijken grondslag vormen en over het toekennen waarvan bij eenige Koninklijke besluiten, waarover de Raad van State niet is gehoord, algemeene regels zijn gegeven. ')

Verder komen, naar ik reeds opmerkte, ook de verpleeg-

') K. B. van 24 November 1900 (Bijv. t/li Stbl. n°. 534). Teneinde een betere verpleging van jeugdige idioten te bevorderen, is bij K. B. van 18 November 1903 (Bijv. t./li Stbl. 11". 498) bepaald, dat voor idioten beneden 10 jaar de bijdrage slechts dan verleend wordt, als de verpleging geschiedt in een idiotengesticht, of in een speciaal voor jeugdige idioten bedoelde afdeeling van een krankzinnigengesticht, of ook op andere wijze, mits ten gcuoegc van den Minister van Binu. Zaken toegelicht.

Sluiten