Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grijpend werd gewijzigd, oefende de Staat zijn recht van toezicht

op de charities uit door middel van commissies, die de Lord Chan-

cellor benoemen kon, om aangaande misbruiken in het bestuur

van charities een onderzoek in te stellen; verder in den vorm

van rechtsvorderingen, die de Attorney-general, op klacht ook

van niet-belanghebbenden kon instellen, terwijl ten slotte ieder

voor eigen rekening een charity-bestuur in een proces kon betrekken. ')

Het praktisch resultaat, dat met een en ander werd bereikt, was gering, vaak ook het omgekeerde van wat bedoeld was. Commissies werden nooit ingesteld; klachten werden zelden vernomen; op eigen gevaar procedeeren aangaande zaken, die de zijne niet zijn, doet niemand gaarne en de tegenover de trustees steeds hatelijke aangifte bij den Attorney-general bleef ook veelal achterwege tenzij hare inlevering geschiedde om persoonlijke redenen, die met de charity niets gemeen hadden. Kenschetsend voor de opvatting van den wetgever aangaande den plicht van den staat ten opzichte dezer instellingen zijn die vroegere bepalingen anders wel. Zij wettigen ten volle de boven (blz. 79) aangehaalde woorden van Lord Lyxdhurst.

De misbruiken die, naar van tijd tot tijd aan den dag kwam, in het beheer van vele charities plaats hadden, gaven in de eerste helft der 19e eeuw deu wetgever tot een meer energiek ingrijpen aanleiding. Misbruiken van tweeërlei aard werden geconstateerd. Vooreerst oneerlijkheden in allerlei vorm, door bestuurders gepleegd en die tengevolge van het gebrekkig toezicht slechts bij toeval aan den dag kwamen. Verder misstanden, hierin bestaande, dat de stichting, hoewel beheerd volgens de regelen door den oprichter gesteld, tengevolge van veranderde omstandigheden aan het doel in het geheel niet meer beantwoordde, ja vaak eene tegenovergestelde werking had.

') Zie StepliKu's New Commentaries om the Laws of England II1" deel blz. 70 v.v. (9tli ed. Londeu 1883;.

Sluiten