Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat daarom allereerst noodig was, was kennis van de wijze waarop de verschillende instellingen beheerd werden.

Op aandrang vooral van Lord Brougham werd in 1818 een Commissie benoemd om dienaangaande een onderzoek in te stellen. ') Deze eerste Commissie, met beperkte bevoegdheid toegerust") werd door eenige andere ïuet ruimer macht gevolgd en zoo kwam tusschen de jaren 1818 en 185(1 het groote werk tot stand: een onderzoek naar het bestuur van de '28840 charities, die aan de Commissies bekend waren. 3)

Toen achtte men eindelijk voor een ingrijpen van den wetgever voldoende gegevens aanwezig en in 1853 kwam de wet tot stand, die thans nog in hoofdzaak deze stof beheerscht. 4)

') Bij dc wet van 10 Juui 1818 (58 George 111 ch. 91) werden de bevoegdheden der door den Koning te benoemen commissie geregeld. Zie haar tweeledig doel omschreven in den considerans: „Whereas it is highly expediënt, that an luqniry should be made, by Cominissioners to be specially appointed, into the Amount, Nature and Application of the Producc of anv Estatc or Funds which have from time to time been deviscd or otherwise ap]>ropriated by pious and wcll disposed Persons to the Purposc of the Education of the Poor; and whether any Breaches of Trust, Irregularities or Ahuscs have heen practised or happened in the .Management and Einplovment tlicreof, and whether, by Change of Circumstances or othcr Causcs, the same eannot be bcneficiallv applied for the Purposes originally intended."

'-) Zij had alleen omtrent 0*<fewj^-stichtiugen te rapportecren.

3) Zie den loop van het onderzoek van 1818—1835 beschreven in het rapport der Commissie uit 't, House of Coinmons, die in 1835 de resultaten van dc Staatscommissies resumeerde (Pari. Papers 1835 u". 449) en verder in het rapport van dc laatste van dc reeks van Staatscommissies, die daarin het werk harer voorgangsters samenvat en hare meening over dc te nemen maatregelen uitspreekt (Pari. Papers 1850 n°. 1242).

4) Wet van 10 en 17 Yict. ch. 137, getiteld: an act for the betteradmiuistration of charitable trusts. Wijzigingen onderging deze wet in 1855, 1800, 1869, 1887, 1891 en 1894. Voor mijn doel zijn alleen de wetten van 1855 (IS en 19 Yict. ch. 124), 1860 (23 cu 24 Yict. ch. 136) en 1891 (54 Yict. ch. 17) van belang. De wet van 1869 (32 en 33 Yict. ch. 110) was bestemd om eenige formaliteiten te vereenvoudigen; de wet van 1887 (50 en 51 Yict. ch. 39) betreft alleen het personeel met het staatstoezicht belast,

Sluiten