Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eén geval is bekend, waarin op den wil der oprichters zoo goed als in 't geheel niet acht geslagen werd. Ik bedoel de City of London Parochial charities act 1888 (4ti en 47 Vict. ch. 36) '). Eenige uitweiding over dit belangrijk voorbeeld van staatsbemoeiing vinde hier haar plaats.

In de City bestonden een groot aantal stichtingen, met een gezamenlijk inkomen van ongeveer £ 130.000, ieder bestemd voor de kerk of de armen van een enkele parish. Toen liet aantal bewoners van de City sterk afnam (in enkele parishes woonden alleen nog de concierges der openbare gebouwen of groote kantoren) s), daarentegen het vermogen der charities, dat voor een groot deel in huizen of grond in of bij de City bestond, sterk in waarde steeg, wisten vele der stichtingen niet wat met haar geld aan te vangen en werd veel geld vermorst aan overdreven ruime bedeeling der weinige armen, die er woonden of... daarom juist zich er vestigden. Andere stichtingen waren ingesteld met een verouderd doel: b.v. het beloonen van predicaties over de zegepraal op de Spaansche Armada of het loskoopen van gevangenen uit de handen van Karbarijsche zeeroovers. 3)

Nadat eene Staatscommissie de besteding van de aan deze instellingen behoorende gelden had onderzocht, verleende de bovengenoemde wet aan de Charity C'ommissioners, voor dit doel desnoods met twee te vermeerderen, uitgebreide bevoegdheden ten opzichte van deze stichtingen. Voor ieder van haar zouden zij moeten onderzoeken, of de gelden oorspronkelijk voor de instandhouding van den eeredienst of voor armenverzorging enz. waren bestemd: waar eenige bezitting gedeeltelijk voor de kerk, gedeeltelijk voor de armen was bestemd, zouden zij eene splitsing moeten maken. Daarna zouden zij voor de besteding der gelden in het vervolg bij regle-

') Zie de rede van minister Bkyce in 't Lagerhuis op 2 Mei 1883. ■) In 1851 telde de City 150 000, in 1883 nog slechts 50 000 inwoners. a) Zie over een en ander de boven geciteerde rede eu liet in 1880 uitgebracht rapport der Staatscommissie over de Citv-cliarities (Pari. Papers 1880 C. 2522).

Sluiten