Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werken niet uitsluitend ui het belang der parish waarvoor zij waren ingesteld mochten voorschrijven.

Tweeërlei beperkingen legde de wetgever aan het College op. De reglementen, door hen ingevolgde deze wet gemaakt, behoeven goedkeuring van de Kroon (his ma.jesty in council) terwijl ieder ingezetene bij petitie verzoeken kan, dat een reglement aan 't Parlement worde overgelegd, waarna elk der beide Huizen de Kroon verzoeken kan Hare goedkeuring daaraan te onthouden. En in de tweede plaats : voor stichtingen niet ouder dan 50 jaar moet de wil van den oprichter worden gevolgd.

Een belangrijke reserve dus. Maar overigens: welk een inbreuk op de onaantastbaarheid der stichtingen, zoo vaak verkondigd! Ten aanzien van alle kon het reglement op het bestuur gewijzigd worden en kon aan de inkomsten een gansch nieuwe bestemming worden gegeven. Voor de overgroote meerderheid behoefde, ook zelfs ten opzichte van de plaats voor wier inwoners ze bestemd zijn, de wil des stichters niet te worden gevolgd!

Het hier geschetst geval is echter een uitzondering ■). Dat blijkt al dadelijk hieruit, dat de wetgever de bevoegdheden, aan de Commissioners in 't, algemeen verleend, niet toereikend achtte om in dit bizonder geval een bevredigenden toestand te scheppen.

') Ken tweede, minder sprekend voorbeeld is art. 30 van den „Endowed schools act 1889 (32 en 33 Yiet,. ch. 50, gewijzigd in 1873, 36en37Vict. oh. 87 en in 1874, 37 en 38 Vict. ch. 87). Daar werd aan de door die wet ingestelde Commissioners (een college, dat hij de wijzigingswet van 1874 werd opgeheven, met toewijzing van zijn bevoegdheden aan de Cliaritv Commissioners) de macht gegeven om, met goedvinden van de bestuurders, gelden van ccnige stichting, die ten doel had uitkeeringen in geld, loskooping van gevangenen enz. enz. of in 't algemeen ecnig doel, dat geheel gemist is, of niet, meer in verhouding is tot de grootte van liet kapitaal der stichting, voortaan voor o»6fc;v«y.v-doeleinden te bestemmen. Dit artikel gold echter stichtingen van 1800 of vroeger.

M ijl de toestemming der bestuurders hier een vereischte is, is deze bepaling, hoezeer nog altijd een belangrijke aantasting van des stichters wil, als voorbeeld van doortastende staatsbemoeiing minder belangrijk dan de in den tekst behandelde wet, zoodat ik met dit weinige kan volstaan.

Sluiten