Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet bezwaard zijn met andere lasten dan „1'acquit de fondations pieuses dans les églises paroissiales et de dispositions au profit des communes, des hospices, des pauvres ') ou des bureaux de bienfaisance" (decreet van 15 Februari 1862).

Hoven fblz. '249) heb ik reeds gewezen op de hoogst belangrijke bepaling van art. 4 der ordonnantie van 2 April 1817, inhoudende, dat de overheid bij het verleenen der machtiging verschillende voorschriften aangaande het gebruik der gegeven som mag vaststellen, wanneer de schenker of erflater daarin niet heeft voorzien.

Mocht de Fransche regeering ooit er toe over willen gaan invloed uit te oefenen op de werkwijze der particulaire instellingen van weldadigheid, dan zou deze bepaling haar (hoezeer slechts voor enkele gevallen) van veel nut zijn, en te welkomer, omdat de middelen, die haar bij dat doel ten dienste zouden staan, slechts zeer gering zijn. Het is waar: voor liet oprichten van nieuwe stichtingen is haar vergunning noodig; vereenigingen die schenkingen willen aannemen moeten eerst erkend worden als van openbaar nut te zijn en behoeven voor de aanvaarding zelve de machtiging van den prefect. Doch voorzoover de bestaande vereenigingen en stichtingen zicli zonder giften en legaten kunnen redden, mist de staat allen invloed op haar bestuur. En van de kerkelijke instellingen geldt hetzelfde.

Bepaald onvoldoende ten slotte is de Fransche wetgeving op liet punt van de stichtingen. Behalve de natuurlijk altijd openstaande mogelijkheid van een ingrijpen der justitie, ontbreekt elke waarborg voor een deugdelijk beheer. De akte van stichting zal bij de aanvrage om erkenning zijn overgelegd. Maar de Regeering bezit geen enkel middel om op de naleving van des erflaters wil toe te zien.

') Do Raad van State komt dus aan deze giften niet meer te pas. Of de autorisatie verleend zal worden, lmngt af van de opvatting van den prefect over de bevoegdheid der Kerk.

Sluiten