Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. krankzinnigen,

l>. kinderen.

c. bedelaars en landloopers.

«. Krankzinnigen.

Ik herinnerde er boven reeds aan, hoe art. 1 van de wet van 30 Juni 1838 „sur les aliénés" ') aan alle departementen de verplichting oplegt om óf zelve een krankzinnigengesticht te houden, óf met eenig openbaar of particulier gesticht een overeenkomst betreffende de opneming van krankzinnigen te sluiten»).

Deze wet is zoowel een wet van politie als van armenzorg 3). Slechts in laatstgemelde hoedanigheid valt zij binnen mijn kader. De uitvoerige bepalingen omtrent het toezicht op openbare en particuliere gestichten, omtrent de autoriteiten, die plaatsing in een gesticht kunnen gelasten enz. ga ik daarom voorbij, om alleen even te vermelden de wijze waarop de verpleegkosten voor behoeftige krankzinnigen worden gedragen. Deze kosten zijn in het algemeen ten laste van het departement, waartoe de krankzinnige behoort 4). Zij kunnen echter volgens regels, door den conseil général voorgesteld en goedgekeurd door de regeering, voor een deel op de gemeente worden verhaald. Eindelijk moeten ook de godshuizen, die, krachtens hun oorsprong, of krachtens bepalingen bij legaten enz. gemaakt, tot opneming van krankzinnigen verplicht zouden zijn geweest, thans hun evenredig deel betalen in de kosten van verpleging in een speciaal gesticht.

l) De Watteville 1, blz. 485.

-) Volgens art. 40, § 17 der provinciale wet vau 10 Augustus 1871, behoeven deze overeenkomsten niet meer de goedkeuring van den minister vau binuenlaudsehe zaken.

-1) "Woorden vau Block, Dietiouuaire, i. v. Aliéués.

) \olgens Block i. v. Aliéués, blz. 110 is met de woorden „auquel 1'aliéné appartient" in art. 28 bedoeld: „waar hij zijn domicilie van onderstand heeft,." Sinds de wet vau 15 Juli 1893 is dit domicilie te bepalen naar de regels in den 2en titel dier wet gegeven.

Sluiten