Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaf de staat 100 000 fr. en de stad Parijs eveneeus 100 000 fr. subsidie. De kosten van administratie dragen liet departement en de stad Parijs gelijkelijk.

C. De ijemeente.

De belangrijkste deelen der openbare armenzorg zijn nog altijd gemeentelijk georganiseerd: de ziekenzorg wordt uit de gemeentekas zelve bekostigd, de bedeeling en de gestichtsverpleging (krankzinnigen, kinderen en bedelaars uitgesloten) door instellingen, die wel is waar afzonderlijke rechtspersoonlijkheid hebben, doch wier werkzaamheden zich als regel tot één gemeente uitstrekken en die in meer dan één opzicht in nauwe betrekking tot het gemeentebestuur staan.

Van oudsher bestonden op vele plaatsen ziekenhuizen en „hospices" n.1. godshuizen voor de verpleging van gebrekkigen, onherstelbare zieken, ouden van dagen enz. Voor een deel van particulieren oorsprong en hun rijkdom grootendeels aan de private weldadigheid dankende, zijn deze instellingen toch openbare lichamen, waarvan liet beheer publiekrechtelijk geregeld is.

De revolutie voegde aan deze instellingen andere toe ton behoeve van de bedeeling aan huis, de z.g. bureaux de bienfaisance. Bij de wet van 7 frimaire an V ') wordt bepaald, dat er ten bate van de armen, die niet in godshuizen zijn opgenomen, een recht van 10 % gelieven zal worden op de toegangsprijzen voor vertooniugen, bals, concerten enz., welk recht bij latere wetten voor verschillende categorieën van vertooningen verlaagd is 2). Art. 3 eischt voor de administratie van deze inkomsten de oprichting in elke gemeente van een bureau de bienfaisance. Latere wetten wezen aan die bureaux ook nog andere inkomsten toe, als b.v. de opbrengst van verschillende boeten •1) en een deel van het aau de

') 1)e Watteville, 1, blz. 42.

J) Bécjuet, i.v. Assistauce publique, blz. 444.

») li. v. wegens overtreding van de voorschriften omtrent ongezonde woningen (wet van 13 April 1850, art. 14).

Sluiten