Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezamenlijke armen toegewezene derde deel der opbrengst van vergunningen om particuliere graven op geineentelyke begraafplaatsen te stichten '). Bovendien mogen zij, na verkregen machtiging, gitten en legaten aannemen en kunnen ook de gemeenten hen door subsidie bijstaan.

Omtrent de administratie zoo van de „höpitaux et hospices" als van de „bureaux de bienfaisance" zijn van staatswege voorschriften gegeven, die tot in de kleinste bizonderheden afdalen. Oin een voorbeeld te noemen: voor het boek, dat de administrateur van een gods- of ziekenhuis moet houden van de door en aan de verpleegden verzonden brieven, is bij ministerieele circulaire een model vastgesteld!2) De talrijke voorschriften omtrent de gemeente-

lijke comptabiliteit gelden ook voor deze lichamen.

Zoowel de bureau de bienfaisance als de gods- en ziekenhuizen worden beheerd door commissies, waarvan steeds de burgemeester voorzitter is en die verder uit zes periodiek aftredende leden bestaan, van wie 2 door den gemeenteraad en 4 door den prefect worden benoemd »). De eigenlijke arbeid wordt daarin echter veelal door liefdezusters verricht. De commissie sluit daartoe

meestal een overeenkomst met een congregatie *).

Juist op het moeielijkste terrein der armenzorg: de bedeeliug aan huis, faalt het Fransche systeem. De bureaux de bienfaisance beschikken gewoonlijk slechts over zeer onvoldoende middelen. Zij zijn daardoor niet in staat meer te geven dan een toeslag 0p hetgeen reeds door particulieren wordt verricht: l'assistance

') Art. 3 der ord. van 6 December 1843.

-) Bequet, Répertoire, i. v. Höpitaux, hlz. 4GS.

') N et van 21 Mei 1873, gewijzigd 5 Augustus 1879. Dc werkkring vau de commissies wordt ten opzichte van de gods- en ziekenhuizen beheerschl door de wet van 7 Ang. 1851 „sur les hospices et höpitaux" („k Watt* viLLE II, hlz. lo4), die echter door de nieuwere wetgeving op de ziekenverpleging voor een groot deel haar kracht verloren heeft.

4) Béquet, i. v. Höpitaux, blz. 468.

Sluiten