Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVII.

Hangende een verzoek tot vernietiging van een hoedelscheiding kunnen ook andere vorderingen ter zake van de uitvoering van het testament voor den rechter, binnen wiens rechtsgebied de erfenis is opengevallen, worden ingesteld.

XVIII.

Een getuige behoeft niet den eed af te leggen, doch kan met het afleggen van de belofte volstaan.

XIX.

De termijn van art. Swb. begint te loopen van het tijdstip waarop voor het eerst een op dat oogenblik tot klagen gerechtigde kennis van het gepleegde feit heeft bekomen.

XX.

Eene uitgebreide uitoefening van het recht van gratie ter gelegenheid van nationale feestdagen is met het karakter van dat recht in strijd.

XXI.

De woorden: „in het algemeen belang" in art. 261, lid 3, Swb., moeten aldus worden opgevat, dat de dader het algemeen belang moet hebben willen behartigen.

XXII.

Herziening van de wetgeving op de bedelarij en landlooperij in den geest van de Belgische wet van 27 November 1891 is wenschelijk.

Sluiten