Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er van te brengen zijn; zij zijn dus schijnbaar volkomen tot de normale soort teruggekeerd; bij uitzaaiing blijken zij echter nog volkomen tot het tusschenras te behooren, want onder haar kinderen komen er weder voor, die het tusschenras-kenmerk vertoonen. De variaties, waarbij het tusschenras-kenmerk verloren gaat, zoowel als die, waarbij het weder optreedt, blijven dus binnen het gebied der tusschenras-variabiliteit; ik zal deze in 't vervolg tusschenrasvariaties noemen.

§ 4. Knopvariatie.

Nadat wij zoo van de telkens te gebruiken termen de beteekenis vastgesteld hebben, moet nog aangeduid worden, welke verschijnselen tot knopvariatie behooren. Darwin heeft dien term ingevoerd voor al de plotselinge veranderingen in uiterlijk of bouw, die toevallig voorkomen aan volwassen planten in bloem- of bladknoppen. Wij zullen die definitie behouden, slechts den vorm eenigszins wijzigen: tot knopvariatie behooren al die gevallen, waarin vegetatief sprongsgewijs andere kenmerken aan een plant optreden en die veranderingen niet door prikkels ot voedingsvoorwaarden direct veroorzaakt zijn.

Wanneer in- en uitwendige factoren een wijziging in de kenmerken van een deel der plant brengen, treedt deze meestal geleidelijk op; soms echter blijkt pas uit den directen samenhang met de voedingsvoorwaarden het fluctueerend karakter der variatie. Bij vergelijking van organen, die zich slechts tweemaal per jaar gedurende korten tijd ontwikkelen,

Sluiten