Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 2. Partiëele variaties bij bastaarden.

Wanneer door een unisexueele kruising een paar eigenschappen vereenigd worden, waarvan het kenmerk in de ouders partieel constant was, ontstaan soms vormen, waarin het kenmerk partieel sterk varieert binnen de grenzen der ouders.

Salix-soorten met volkomen vrije meeldraden, met andere, wier helmdraden vergroeid zijn, gekruist, leveren individuen waarin op eenzelfde plant de vergroeiingsgraad der helmdraden met alle overgangen tusschen vrij en vergroeid afwisselt.') De door GaRïNER verkregen Lychnis X Cucubalus draagt, soms aan eenzelfde takje, bloemen, waarvan het aantal stijlen tusschen dat der ouders, 3 en 5 (zelden 6), varieert2). Sorbus hybrida, een bastaard tusschen een soort met ongedeelde bladen en den gewonen lijsterbes met zesjukkige gevinde, draagt bladen, die ongedeeld zijn, of nog van één tot vier jukken vertoonen. 3) We vinden dus, dat de partiëele variaties hier overal binnen de grenzen van de kenmerken der ouders blijven.

Soms kan in zulke partiëele variaties een regelmaat ontdekt worden, met de in- en uitwendige factoren verband houdend. Werken zulke factoren geleidelijk, dan vinden wij overgangsvormen, waaruit onmiddellijk het type der variabiliteit blijkt. Een voorbeeld daarvan

') Wichura, Bastardbefruchtimg p. 46.

*) Gürtner, Bastard-Erzeugung p. 263, p. 279.

*) Dippel, Handbuch der Laubholzkunde, Bd. III p. 371; Godron, Rev. d. Scienc. natur. II p. 433; von Widenmann, Jahr. Ver. Vaterl. Naturh. Württemberg Bd. 4.9 (1893) P- LVI.

Sluiten