Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK. VII. Monstreuze kenmerken.

§ i. Erfelijkheid en variabiliteit.

In de botanie wordt aan de teratologische afwijkingen een afzonderlijke plaats toegekend; wat de erfelijkheid en vegetatieve variabiliteit betreft, komen zij met de hierboven besproken kenmerken overeen.

Monstrositeiten worden de afwijkende vormen genoemd, die in een kenmerk van de soort verschillen, dat voor systematiek of morphologie waarde heeft; afwijkingen in kleur en dergelijke kenmerken, welke voor deze van geen belang zijn, worden als van lichter graad beschouwd '). Zulk een grens is natuurlijk willekeurig, en hangt nauw samen met het doel, dat de onderzoeker zich stelt; voor de bestudeering der variabiliteit zijn beide groepen van afwijkingen, zoo zij slechts erfelijk zijn, van gelijke waarde.

Monstreuze afwijkingen kunnen wij in 't algemeen telkens tot één enkelvoudige eigenschap terugbrengen : de graad van erfelijkheid dier eigenschap beantwoordt dan meestal aan de voor tusschenrassen geldende, naar uit zaaiproeven van De Vries gebleken

') Moquin Tandon, Tératologie végétale; Mastkrs, Vegetable Teratology; zie verder Clos, Buil. Soc. Bot. France, T. 38, p. 324. Verdere algemeene litteratuur: Penzig, Pflanzen-Teratologie (1890).

Sluiten