Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kingen, als petalodie van de helmdraden, petalomanie, floripare diaphyse, en splitsing en vertakking van den vegetatiekegel, waaruit de petalen ontstaani); terwijl bij composieten met hoofdjes, waarvan de randbloemen alleen lintvormig zijn, de varieteiten, wier hoofdjes alleen uit met de randbloemen overeenkomende bestaan, flore-pleno-vormen genoemd worden.

De partiëele variabiliteit van het kenmerk is ruim. Na verplanting dragen dubbelbloemige varieteiten dikwijls tijdelijk weer enkele bloemen; ter verkrijging van sterk dubbele is zeer gunstige voedingdoor snoeien, mesten e.d. niet zelden een vereischte; ook de plaatsingder bloem op de plant heeft invloed: van Digitalis purpurea var. monstrosa is de eindbloem van de hoofdas in hooger graad monstreus als die van de zij-assen. Jonge rozenstruiken, die op later leeftijd sterk dubbele bloemen vertoonden, droegen in de eerste levensjaren nog bijna enkele bloemen2). Bij een dubbele varieteit van Papaver alpinum was de ontwikkeling van het kenmerk periodisch; in 't begin en aan 't eind van de vegetatieperiode vertoonde een daarmee beplant veld overal enkele bloemen 3). Uit deze voorbeelden blijkt voldoende, hoe sterk de invloed van in- en uitwendige voedingsvoorwaarden op de ontwikkeling van het kenmerk kan zijn.

In enkele gevallen heeft men waargenomen, dat

') Gof.bel, Beitrage zur Kenntniss gefüllter Blüthen, Pringsh. Jahrb. f. wiss Botan. Bd. XVIII (1886) p. 208.

*) Wien. Illustr. Gartenztg. 1882 p. 459.

') Hoffmann, Botan. Ztg. Bd. 45 (1887) Sp. 257.

Sluiten