Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VIII.

Varieteiten, wier afwijkend kenmerk bladvorm of groeiwijze betreft.

§ i. Partiëele variaties der kenmerken bij soorten met jeugdvormen.

Voor wij de knopvariaties behandelen, die in de kenmerken van bladvorm of groeiwijze optreden, moeten wij in 't kort de variabiliteit van die kenmerken meer in 't algemeen bespreken; de verschillen die tot de normale differentiatie der plant behooren, zijn soms zoo groot, dat zij op knopvariatie schijnen te berusten, terwijl zij dus in werkelijkheid direct van in- en uitwendige factoren afhangen. Groote verschillen vinden wij bij sommige planten tusschen de jonge en de volwassen individuen; vooral planten, die aan een bijzondere levenswijs geadapteerd zijn, vertoonen sterk afwijkende jeugdvormen, waarin dan de kenmerken, die aan de bijzondere levenswijs beantwoorden, nog niet aanwezig zijn. Jonge individuen van xerophile soorten, die met phyllodiën e. d. assimileeren, bezitten dikwijls nog wel eenige bladen; in den loop der ontwikkeling worden dan kleiner en kleiner bladen gevormd, terwijl bladstelen of stengeldeelen de functie er van overnemen; de jeugdvorm heeft hier dus een atavistisch karakter, aangezien de kenmerken, die aan de bijzondere levenswijs beantwoorden, als phylogenetisch jonger beschouwd mogen

Sluiten