Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

assimileeren, treedt door ongunstige wijziging der voedingsvoorwaarden het jeugdvormkenmerk soms weder op '). Bij monocotyle waterplanten kan men door de plant in ongunstige levensvoorwaarden te brengen, haar dwingen, weder primaire bladen te ontwikkelen2).

Niet alleen tusschen oude en jonge planten treden zulke verschillen in bladvorm en groeiwijze op; dergelijke verschillen nemen wij soms waar, wanneer wij gelijksoortige organen, die eenzelfde plant in het voorjaar en inden nazomer ontwikkelt, vergelijken; ook hier blijken weer in- en uitwendige prikkels en voedingsvoorwaarden in 't spel te zijn. Een fraai voorbeeld levert Liriodendron tulipifera. De kiemplant draagt na de cotylen eerst zwak tweelobbige bladen; vervolgens eenige, aan het uiteinde door een rechte lijn begrensd; van de daaropvolgende gaan de twee hoeken van het blad meer en meer uitsteken, eindelijk komen er onder nog twee lobben bij, zoodat het vierlobbige blad, voor de soort karakteristiek, ontstaat. Aan de volwassen plant wordt deze ontwikkelingsreeks herhaald: onder aan de loten vindt men tweelobbige bladen, vervolgens vierlobbige, bovenaan weer tweelobbige ; de onderste en bovenste bladen komen dus in kenmerken met die van de kiemplant overeen. Aan krachtig groeiende takken en wortelopslag komen nog allerlei afwijkend gevormde bladen voor; al die vormtypen zijn ook door fossiele resten bekend,

') Goebel, Ueber die Jugendformen der Pflanzen und deren künstliche Wiederhervorrufung, Sitz.-ber. Kgl. Bayr. Akad. d. Wissensch.. Math. Naturw. Classe, 1896.

') Goebei., 1. c.

Sluiten