Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dal door een verandering in erfelijke eigenschappen zulk een afwijking optreedt. Een actieve eigenschap ontwikkelt haar kenmerk alleen, wanneer de in- en uitwendige factoren het haar toestaan; er zijn ook gevallen bekend, waarin de ontwikkeling van het kenmerk achterwege bleef, doordat de betreffende eigenschap latent geworden was, of veranderingen opgetreden waren in andere erfelijke eigenschappen, die met de voor de uiting van het betreffende kenmerk noodige inwendige factoren samenhingen. Zulke gevallen van erfelijke jeugdvorm-varieteiten kunnen alleen door zaaiproeven van de door uitwendige omstandigheden bestendigde onderscheiden worden. Er is b.v. een geval beschreven '), waarin een oude Liriodendronboom, staande naast andere van gelijke grootte met de kenmerken van den volwassen vorm, de jeugdkenmerken vertoonde; misschien was hier een wortelparasiet of een andere ziekte de oorzaak; de boom droeg geen vruchten. Echter komen van den tulpeboom ook jeugdvormvarieteiten voor, die bij vegetatieve vermenigvuldiging constant zijn2), dus onafhankelijk van de in- en uitwendige factoren, en die dan niet aan een wijziging in deze, maar aan eene verandering in erfelijke eigenschappen moeten worden toegeschreven.

A. Afwijkingen, den bladvorm betreffende.

§ 2. Het laciniata-kenmerk.

Laciniaat noemen wij de varieteiten met bladen,

l) Mekhan. Proc. Acad- Natur. Sc. Philadelphia 1876 I p. 202. 5) Dippel, Handb. d. Laubholzkunde Bd. III p. 155.

Sluiten