Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, zoodat van de bladschijf niets is overgebleven dan een smalle vleugel langs de nerf, volkomen op die der angustifolia-vormen. Een paar knopvariaties, die het smalblad-kenmerk betreffen, wil ik hier opnoemen: de smalbladige varieteit die van den abrikoos bekend is, geeft geregeld atavistische knopvariaties met breede bladen1); waarschijnlijk is dit de reden, waarom haar ontstaan ook aan vegetatieve variatie wordt toegeschreven 2). Een eigenaardig geval is het volgende: aan een plant van Tropaeolum majus werd een zijtak met lancetvormige bladen gevonden, terwijl de overige normale bladen droegen 3).

§ 4. Het monophylla-kenmerk.

't Monophylla-kenmerk, juist het tegendeel van het laciniate, bestaat hierin, dat de verdeeling van de bladschijf minder sterk is dan bij de normale soort; tevens worden vormen tot de monophyllavarieteiten gerekend, die, doordat slechts één blaadje van het gedeelde blad overblijft, schijnbaar enkelvoudige bladen dragen. De door 't samenhangen der deelblaadjes enkelvoudige bladen kunnen als een gevolg van een parasitairen invloed optreden. Pemphigus cornicularius b. v. veroorzaakt op Pistacia lentiscus enkelvoudige opgerolde bladen, die op peulen gelijken 4). Niet zelden draagt de jeugdvorm

1) Dippel, Handb. d. Laubh., Bd. III p. 632.

3) Koch, Dendrologie, Bd. I p. 89.

*) R. Smith, Botan. Gazette X (1885) p. 368.

*) Appel, Ueber Phyto- und Zoomorphosen, Schrift. Phys. Oek. Ges. Königsberg, Bd. XXXIX (1899) p. 89.

Sluiten