Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou zijn, vond Carrière een tak met grooter bladen, die sterker groeide en blijkbaar als atavistische knopvariatie moet worden beschouwd ').

Bij houtige planten is 't aantal gevallen van schijnbare knopvariaties veel grooter, maar hier is ook veel meer gevaar, dat heksenbezems metnanatakken verward worden. Ik zal dit straks bij de varieteiten der coniferen bespreken, vooraf een geval vermelden, waarin van een loofboom een dwergvarieteit vegetatief optrad. Aan een ouden esscheboom werd door Mason te Necton een tak gevonden, die twijgen droeg met korte internodiën, dicht met bladen bezet. Bij enting bleef dit kenmerk practisch constant, zoodat de vorm als nieuwe varieteit onder den naam Nectonensis in den handel gebracht kon worden2). Aan de vegetatief vermeerderde exemplaren treden tusschenbeide wel eens atavistische knopvariaties op, die dan weer de lengte bereiken van de takken der typische soort 3). Bij de z.g. globosa-varieteiten worden zulke atavistische knopvariaties wel meer gevonden, zoo b.v. ook bij de kogelacacia: wanneer zij niet weggesnoeid worden, krijgen zij door haar weliger groei spoedig de overhand en verdringen dan de takken, die het dwergkenmerk trouw zijn gebleven, zoodat het exemplaar geheel op een boom van de typische soort gaat gelijken 4). Dit verloopen door knopvariatie komt dus geheel overeen met hetzelfde

>■) Prod. et fix. p. 43.

") Gard. Chron. 1843 p. 878.

») Baltet, Rev. Hort. 1901, p. 384.

*) Poiteau, Annal. d'horticult. 1841 I p. II.

Sluiten