Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beschrijving ervan de opmerking, dat hij in Zwitserland dikwijls de varieteit als knopvariatie en in zaaisels had zien optreden. Ook volgens Beissner l) is de „clanbrasilianfir" een niet zelden voorkomende afwijking; atavistische knopvariaties worden volgens denzelfden (l.c.) dikwijls aan clanbrasiliana-planten gevonden.

Bij tal van andere naaldboomen zijn polyclade varieteiten bekend, soms als knopvariatie opgetreden; bij vegetatieve vermenigvuldiging zijn zij genoeg constant, om in den tuinbouw gebruikt te worden.

§ 7. Het gigantea-kenmerk.

Tegenover de nana-varieteiten staan de giganteavormen; ook hier moeten echte varieteiten weer scherp van extreme fluctueerende varianten onderscheiden worden. Een enkel voorbeeld, waarin blijkbaar door knopvariatie het gigantea-kenmerk optrad, kan ik hier vermelden2): aan een gewone groene Aucuba-plant werd een tak gevonden, die zeer groote bladen droeg: een blad b.v. was 30 c.M. lang en 16 c.M. breed. Wij hebben hier dus niet met een tot het type teruggaande, door bonte bladen of andere inwendige afwijkingen dwergachtige varieteit te doen, maar met een sprong in een richting, tegenovergesteld aan die van het nana-kenmerk.

§ 8. Het fastigiata-kenmerk.

Fastigiate varieteiten wijken van de typische soort

') ïlancjb. d. Nadelholzk. p. 363. Gard. Chron. 1872 p. 45-

Sluiten