Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gele bloemhoofdjes zat, ervan gescheiden door een tak met gele (Wigand, Bot. Hefte II p. iii). Een geval, waarin een geelbloeiende varieteit, vegetatief vermenigvuldigd, een roodbloeiend exemplaar gaf (Belg. Hort. 1871 p. 236), betreft misschien dezelfde verscheidenheid. In Gard. Chron. 1842 p. 729 wordt een geval vermeld, waarin op eenzelfde plant paarsrose en scharlakenroode bloemen voorkwamen; Darwin (Var. An. a. PI. I p. 411) citeert nog een ander geval, waarin twee soorten effen gekleurde bloemhoofdjes en een derde met beide kleuren dooreen aan eenzelfde plant voorkwamen. Ik heb bij kweekers niet zelden bloemen gevonden, zoowel van grootbloemige enkele als van pomponvarieteiten, die sectoriaal geel en wit waren; ook pomponbloemige, waarin tusschen de gele eenige witte bloemen onregelmatig verspreid voorkwamen. Zulke sectoriale variaties treden vooral bij varieteiten met gestreepte bloemen dikwijls op; aan een grootbloemige enkele verscheidenheid met rood- en witgestreepte lintbloemen zag ik er fraaie voorbeelden van.

Tegenover deze gevallen staan andere, waarin de verschillen niet op knopvariatie, maar op partiëele variabiliteit berusten. Vooral vinden wij deze bij de varieteiten, wier afzonderlijke bloemen een witte grondkleur vertoonen met een gekleurden rand omzoomd; de kleur neemt van het wit af geleidelijk toe. Juist bij deze varieteiten komen verscheidenheden voor met hoofdjes, waarvan de bloemen aan den rand eenigszins anders gekleurd zijn dan die in 't midden; daarbij treden partiëele variaties op in de

Sluiten