Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112

met de effen bloemen stonden overeind, die met de wit en rood geteekende waren eenigszins neergebogen. Wij zien hier dus weer, dat de groei van de effenbloemige takken sterker is, wat wij ook reeds voor de effenbloemige takken der gestreeptbloemige varieteiten besproken en met de groenbladige knopvariaties van bonte planten vergeleken hebben. Wij vinden nog een tweede punt van overeenkomst met bonte varieteiten: evenals bontgezoomde varieteiten in 't algemeen constanter zijn dan bontgestreepte, zijn picotee's ook minder tot knopvariaties geneigd dan de carnations, wier petalen gestreept zijn.

Duizendschoonen (D. barbatus) vertoonen ook niet zelden knopvariaties; Darwin vond in een bloeiwijze vier verschillend gekleurde en getinte bloemen (Var. An. a. PI. I p. 406); de bij het uitbloeien veranderende bloemkleur doet soms dergelijke verschillen tusschen bloemen van eenzelfde plant ontstaan, die men gemakkelijk met knopvariaties kan verwarren.

Ten slotte vermeld ik nog een geval van een „pink", die een bloeiwijze droeg, waarin zoowel bloemen voorkwamen, die op de witte grondkleur een violette vlek vertoonden op de plek waar de schijf van het bloemblad aan den nagel is vastgehecht, en verder een band van dezelfde kleur, als bloemen, die zuiver wit waren met een rood violette vlek op de plek van aanhechting (Gard. Chron. 1890 II p. 48).

Het spreekt van zelf, dat verreweg de meeste waarnemingen over knopvariatie bij anjelieren kenmerken der bloem betreffen. Een geval kan ik nog

Sluiten